Vorige maand is er per abuis een oude column geplaatst. Onze excuses! De voor juli bestemde column verschijnt nu hieronder alsnog in enigszins aangepaste vorm.

Op onze boekenclub bespraken we een poosje geleden het boek Roze Draad van Coos Huijsen en Geerten Waling over strijd, succes en stilstand in vijftig jaar homo-emancipatie. Coos was lid van de Christelijk Historische Unie (de CHU, later opgegaan in het CDA) en kwam als eerste parlementslid ter wereld uit voor zijn homoseksualiteit. Het boek geeft een mooi overzicht van de geschiedenis van de homo-emancipatie in ons land, maar eindigt ook met een kritische noot over de huidige situatie. Zo zijn er in het boek een drietal verhalen opgenomen van slachtoffers van homogeweld in Amsterdam. 

We kregen een levendige discussie. Hoe ervaren we de stand van zaken zelf nu eigenlijk? Terwijl in de ondertitel van het boek het woord homo-emancipatie wordt gebruikt, voelde dat woord voor sommigen van ons ouderwets aan. We horen tegenwoordig toch bij de lhbtiq+ gemeenschap? En dan hebben we ook nog een handig plusje als restcategorie waarin ruimte is voor alle andere groepen die niet heteroseksueel en cisgender zijn.

Maar we vroegen ons ook af in hoeverre we ons als homomannen - onze boekenclub heeft geen vrouwelijke leden - verwant voelen met de andere minderheden van de regenboog. Is die solidariteit wel zo vanzelfsprekend? Soms gaat het te ver. Kunnen we bijvoorbeeld wel instemmen met een leus als Queer for Palestine? Ik vind van niet. Ik ben heel erg voor de vrijheid en de rechten van Palestijnen, maar homovriendelijkheid is niet hun sterkste eigenschap. De enige Pride in het Midden-Oosten vindt nog altijd plaats in Tel Aviv! Tegelijk vind ik de huidige politiek van Israël ronduit verschrikkelijk. Kwestie van genuanceerd denken, van enerzijds en anderzijds.

Er zijn dus grenzen aan solidariteit. Je kunt niet alles en iedereen steunen. Ik voel me in ieder geval verwant met mensen die afwijken van de dominante heteronorm. Van mij mag de regenboogvlag flink wapperen met alle kleuren en vakjes die we er steeds bij bedenken, maar niet ten koste van het onderliggende ideaal: ruimte voor seksuele minderheden. Dat was ook het doel van de alweer achter ons liggende World Pride.

Eerlijk gezegd duizelde het me van de activiteiten die tijdens de Pride werden georganiseerd. Hoe moest ik dat in vredesnaam bijsloffen? Ik moet ook nog verhuizen! Voor elke kleur van de regenboogvlag waren er feesten en bijeenkomsten. Maar: hoe World was het eigenlijk? Ik moet steeds maar denken aan het Museumplein, waar ook dit jaar de vlaggen weer wapperden van landen waar homoseksualiteit strafbaar is of waar zelfs de doodstraf geldt. Met een zwarte band. Ik was zo kwaad, zo verdrietig. Nu bèn je een keer op aarde en dan mag je nóg niet jezelf zijn.  

Solidariteit wil ik wel proberen. Ik hoop dat iedereen heeft genoten van zijn eigen feestelijke Pride, Senior of Junior, Pride Walk zus of Pride March zo, Religious Pride hier of Religious Pride daar, Sports Pride, Canal Pride of welke Trots dan ook.

Maar verketter elkaar alsjeblieft niet. Laat er ruimte zijn voor iedereen die afwijkt van de dominante norm. Zoek elkaar op, kijk elkaar in de ogen. Ik blijf mezelf maar gewoon homo noemen. Moet kunnen.