Ik ben altijd gefascineerd geweest door ‘mijn’ koningin Juliana. Wat een bijzonder mens in een idiote positie. Ze wilde gewoon zijn, maar was dat natuurlijk niet. Die gespletenheid heeft haar altijd dwarsgezeten, maar dat maakte haar tegelijk zo leuk, zo apart.

In een spraakmakend televisie-interview in 1987 ter gelegenheid van het zestigjarig huwelijk van (toen weer) prinses Juliana en prins Bernhard zei de voormalige koningin dat ze het ‘zo gemeen’ vond als mensen zouden denken dat ze haar niet tegen mochten spreken en dat ze bezwaren zou hebben gehad tegen haar schoonzoons. “Daar is geen woord van waar!’’ riep ze woedend, en ze sloeg met haar vuist op tafel. Ze had bovendien een gloeiende hekel aan alles wat conservatief en ouderwets was. “Ik had het land aan het soort meubels waar ik in opgroeide’’ verzuchtte ze. Heerlijk, een verontwaardigde vrouw die een antieke uitdrukking gebruikt  - het land hebben aan - om te vertellen dat ze modern wilde zijn. Ik heb genoten van deze koningin, ook wel een ietwat tragische vrouw met een foute man aan haar zijde op wie ze altijd verliefd bleef.

En ik geniet nog steeds. Ook dit jaar mag ik me op 27 april weer aankleden als koningin Juliana en een bezoek brengen aan een verzorgingstehuis in IJsselstein. Op mijn hoofd heb ik een schitterende door vriend Jan gemaakte imitatie van het in 1948 gebruikte inhuldigingskapje met parels en diamanten sterretjes. De bewoners liggen slap van het lachen als ik mijn troonrede voorlees op een speciaal geprepareerde troon waarboven het portret hangt van ‘mijn’ Bernhard. Voor een enkeling is mijn act ‘op het randje’, maar ach, het is feest nietwaar?

Is het ‘homoachtig’ om koningin te willen zijn? Waar komt die fascinatie van veel homomannen voor vrouwelijke film- of popsterren en queens toch vandaan? Wat brengt je ertoe om drag queen te willen zijn? Komt dat omdat je in je gewone leven niet genoeg waardering en aandacht hebt gekregen en als compensatie een opzichtig geklede ster wilt zijn?

Er is meer aan de hand. Elke goede drag queen speelt ook met ironie en met de maatschappelijk vaststaande normen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het is eigenlijk kritisch toneel, verpakt in een hoge mate van creativiteit en een hoop plezier. Wat vanzelfsprekend lijkt wordt gerelativeerd. Om wie hoog gezeten is, mag best gelachen worden. Gelukkig dat dit in Nederland kan.

Ik ben op 27 april een drag Queen met een hoofdletter. Ik ga vast oefenen, ik wil heel boos kunnen zeggen: “Ik heb het land aan conservatieve meubels!”  En sla dan met mijn vuist op tafel.