In deze serie lichten we elke maand een tipje van de sluier op over het creatieve werk van Roze Stadsdorpers dat in het najaar te zien zal zijn. Deze maand, in de categorie schilderkunst, Corrie Rikkers (78, theoloog met een passie voor schilderen en tuinieren). Corrie vertelt.

Corrie Rikkers met haar schilderij van de zee (foto Hugo Lingeman)

 

Een citroenschijfje

‘Er is een stroming in de kunstgeschiedenis die vindt dat je tegelijk moet schilderen en beleven. Je schildert bijvoorbeeld een citroen met een citroenschijfje in je mond. Tijdens een schilderweek op Terschelling moesten we in zee gaan staan en de zee schilderen. Je kreeg een groot stuk karton met daarop een vel papier. Welke kleuren olieverf wil je en wáár op je papier? Die werden erop gekwakt, en toen aan de slag. Zo heb ik de zee geschilderd, je moest heel vlug zijn, want het droogt als een gek. Er kwam wat zand mee en je kreeg voortdurend een golf water tegen je aan. Het is goed uitgepakt, op tentoonstellingen willen mensen het vaak kopen, maar ik verkoop het niet. Ik denk dat ik deze en twee andere laat zien tijdens de Roze Stadsdorp tentoonstelling.’

 

De onderwijzer was het komen vragen

‘Als kind schilderde ik al. Mijn tekenleraar op de Mulo had iets van: jij moet naar de kunstacademie. Daar kon in mijn milieu geen sprake van zijn, het was al heel wat dat ik naar de Mulo ging. De onderwijzer was het speciaal komen vragen omdat ik het knapste meisje van de klas was. Mijn ouders wisten niet beter dan dat ik zou gaan trouwen. Met vlag en wimpel haalde ik mijn eindexamen. Ik ging met mijn jeugdvriendin als au-pair naar Parijs en daarna naar Engeland, waar ik werk vond in boekwinkel Foyles. Daar leerde ik mijn (Nederlandse) man kennen. Toen mijn oudste zoon veertien dagen was ben ik aan theologie begonnen, tien jaar heb ik erover gedaan.

Ik ging werken bij het Diaconaat van de Protestantse kerken in Amsterdam. Het Diaconaat ondersteunt en initieert projecten gericht op de verbetering van de positie van mensen in moeilijke situaties. Ik was bijvoorbeeld betrokken bij de Bijlmervliegramp, bij de opvang van dak- en thuislozen, dat soort dingen. Ik deed ook veel voor het homopastoraat. Samen met een hervormde predikant begeleidde ik een mannengroep en met een andere collega gaf ik cursussen aan lesbische vrouwen, o.a. over hoe je een ritueel kunt doen bij hoogtijdagen. In de Bijlmer hadden we een inloophuis waar ik jarenlang tentoonstellingen van aankomend kunstenaars organiseerde.’

 

Een herschepping van jezelf

‘Schilderen is eigenlijk pas goed op gang gekomen toen ik iemand leerde kennen die een programma had geleerd van de Franciscanen: een herschepping van jezelf door meditaties op het Genesisverhaal. Zij wilde daar cursussen in geven en vroeg of ik proefpersoon wilde zijn. Daardoor ben ik weer aan het schilderen geraakt. Muziek en gedichten inspireren mij, ik krijg innerlijke beelden en die schilder ik. Ik ben zelf die cursussen gaan geven en heb zelfs een officieel diploma gehaald om mensen met psychische klachten met behulp van kunst te begeleiden.

Later ben ik op het atelier van een vriendin gekomen waar ik technische aanwijzingen kreeg. Toen ben ik ook figuratief gaan schilderen: landschappen en bijvoorbeeld de rode lantaarns uit de film Raise the Red Lantern. Die kleuren maakten zo’n diepe indruk op mij! Ik ben een schilder, absoluut geen tekenaar. Kleur is voor mij belangrijker dan vorm. Ik schilder bijna altijd met acrylverf. Ook wel met olieverf of aquarel, maar acryl heeft mijn voorkeur, het gaat vlugger.’

 

De vogel en de lotus (foto Hugo Lingeman)

 

 

Lekker buiten schilderen

‘Ik kon met pensioen toen ik zestig was, maar een paar jaar daarvoor was ik al half afgekeurd omdat ik doof ben en erg last van Ménière had. Ik schreef toen een boek over spiritualiteit in de mantelzorg. Daarna deed ik nog wel het homopastoraat, o.a. weekenden voor homomannen en lesbische vrouwen uit de zware Protestantse hoek. Op een gegeven moment ben ik ermee gestopt, ik werd depressief van al die zelfhaat. Zij waren al heel blij met een beetje acceptatie, terwijl ik inmiddels al lang met Tineke getrouwd was. Maar trouwen, dat was zo’n verre horizon voor hen.

De laatste twee jaar schilder ik minder omdat het atelier er niet meer is. Wel ga ik van de zomer in Groet, waar we een huisje én een tuin hebben, lekker buiten schilderen. Tuinieren is mijn andere grote passie en in de natuur vind ik ook inspiratie.’

 

 

Een zwerm bloemen (foto Hugo Lingeman)

 

Naar je eigen aard

‘Wat schilderen me brengt? Het haalt me uit mezelf. Als ik schilder kom ik in de flow. Zelfs in dat atelier met anderen vergat ik gewoon iedereen om me heen. Dat vind ik heel prettig. Door die meditaties over het scheppingsverhaal heb ik mezelf meer leren kennen. In Genesis staat letterlijk: “Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag dat het goed was.” Dat trof mij toen heel erg, ik dacht: dat is mijn homo aard. Ik moest huilen, ik was zo ontroerd. Dat heb ik geprobeerd uit te leggen aan die mannen en vrouwen tijdens die weekenden: dat anderen die teksten hebben uitgelegd naar wat maatschappelijk gewenst was, maar dat je het heel anders kunt uitleggen. Je bent geboren en geschapen naar je eigen aard! Voor mij is het de bevestiging dat ik zo ben en dat ik zo geschapen ben. Diepe indruk heeft het op mij gemaakt.’