Vanmiddag trotseer ik de bittere kou om naar het knusse Café Kobalt op het Singel te gaan, waar ik afgesproken heb met toneelschrijver en –regisseur Daniël Cohen (1959). Afgelopen jaren heeft Daniël twee prachtige, queer–gerelateerde musicals op het podium gezet: De mol en de paradijsvogel en Willem & Frieda. Hij noemt theater maken zijn roeping in het leven. Volgens hem kan theater ook bruggen slaan tussen jongere en oudere queergeneraties.
Daniël Cohen (foto: Annemieke van der Togt)
Een sprong in de diepte
Als kind woont Daniël in de Schinkelbuurt met zijn moeder en zus. Wanneer hij zestien is, komt hij erachter dat hij gevoelens voor andere jongens heeft. Hij ontdekt ook iets anders rond deze tijd: ‘In de laatste twee jaren van de middelbare school hadden we toneellessen en voorstellingen van een geweldige dramadocente. Zo is mijn passie voor het theater ontstaan.’
Daniël gaat vervolgens Engels studeren aan de UvA en wordt lid van een Engelstalige toneelgroep, met de gedachte dat dit goed voor zijn Engels zal zijn. ‘Deze toneelgroep was echt een eyeopener voor mij’, zegt hij. ‘Ik maakte kennis met de Angelsaksische theatertraditie, waarin aandacht voor de tekst en respect voor de acteurs en hele crew vooropstaan. Naarmate ik aan meer producties meedeed, realiseerde ik me des te meer dat toneel maken mijn roeping was.’
Midden jaren 80 neemt Daniël dus een sprong in de diepte en gaat hij voluit voor een carrière in het theater. ‘In het begin heb ik zoveel mogelijk klussen aangenomen – sommige betaald, heel veel niet. Ik deed alles wat ik maar kon om zo een netwerk op te bouwen in de toneelwereld.’
Ronduit magisch
Vrij snel beseft Daniël dat zijn hart ligt bij het regisseren van toneelstukken. ‘De essentie van regisseur zijn is dat jij je enthousiasme over een fantastisch verhaal met de hele wereld wilt delen. En als het stuk eenmaal op het podium wordt uitgevoerd, is het ronduit magisch dat het publiek meegaat in jouw verbeelding.’
Gaandeweg ontwikkelt Daniël ook een liefde voor musicals. ‘Een vriend van mij zag Sweeney Todd op Broadway en bracht het castalbum van deze musical mee terug. Toen ik naar die muziek luisterde, vond ik het zo bijzonder, rijk en uitdagend. Ik gaf mezelf een soort stoomcursus in “musicals maken”, zodat ik later zelf musicals kon regisseren.’
Gegrepen door een verhaal of personage
Omdat Daniël denkt dat hij niet zoveel te zeggen heeft, voelt hij heel lang geen behoefte om zelf theaterstukken te schrijven. Dat verandert echter in de jaren 2000. ‘Ik realiseerde me dat ik niet zozeer geïnspireerd raak door een thema, maar veel meer door een verhaal of een personage. Bij het schrijven van een stuk ga ik dan op mijn instinct af en vertrouw ik erop dat wat bij mij resoneert tot een breder thema kan worden uitgewerkt dat meer mensen aanspreekt.’
Impact, de eerste volledige musical die Daniël schrijft, gaat in 2008 in première. Het stuk gaat over verschillende Bijlmerflatbewoners in de nasleep van de vliegtuigramp. ‘Het was niet mijn bedoeling om een geschiedenisles te geven. Ik wilde laten zien hoe een crisis zoals de vliegtuigramp mensen kan dwingen om een andere afslag te nemen in hun leven.’ Een soortgelijk onderwerp behandelt Daniël in zijn toneelstuk Ontboezeming uit 2010, waar een aantal vrouwen met borstkanker moet beslissen hoe ze verder moeten na hun diagnose.
‘Hoe is het om hier en nu queer te zijn?’
De laatste jaren schrijft en regisseert Daniël stukken die zich specifiek op lhbtiq+-ers focussen. ‘Hoe is het om hier en nu queer te zijn?’ vraagt hij zich af. Zo brengt Daniël Poz Paradise uit in 2018, een drama over drie hiv-positieve mannen die begin jaren 90 een villa in Gran Canaria kopen in de veronderstelling dat ze niet zo lang meer te leven hebben. Als ze door betere medicijnen toch long-term survivors worden, vinden zij het moeilijk om hun levens weer op te pakken. Daar komt verandering in als de mannen drie jonge homo’s ontmoeten op het eiland, die hun een ander perspectief bieden.
In 2023 staat Daniëls musical De mol en de paradijsvogels op de planken. Deze musical toont de parallelle levens van acteur/televisiepersoonlijkheid Albert de Mol in de jaren 60 en Wassim, een hedendaagse Syrische vluchteling en drag artist. Hierin suggereert Daniël dat het anno nu minder rooskleurig is gesteld met de regenbooggemeenschap dan we misschien denken:
‘De mol en de paradijsvogel gaat over hoe wij als gay community giftige, heteronormatieve denkbeelden over mannelijkheid hebben overgenomen en op elkaar hebben geprojecteerd. We zetten Albert de Mol vaak smalend weg als “relnicht”, terwijl hij eigenlijk grote moed toonde door volledig zichzelf te zijn, met al zijn flamboyante karaktertrekken. In De mol en de paradijsvogel zie je dat Wassim tegen dezelfde vooroordelen moet vechten als Albert 60 jaar eerder. Wassim denkt dat hij in het paradijs terecht zal komen als hij naar het moderne Amsterdam vlucht. Maar dan merkt hij dat hij allerlei negatief commentaar krijgt van zijn homovrienden als hij te opzichtig over straat loopt.’
‘Queer rolmodellen zijn cruciaal om deze geïnternaliseerde homofobie een halt toe te roepen. Vandaar dat ik aan het eind van het stuk een fictieve ontmoeting tussen Albert en Wassim heb geschreven waarin het verleden en het heden zich mengen en waaruit hoop kan worden geput.’
Ook in Daniëls meest recente musical, Willem & Frieda: Roze Verzet (2025), staan queer rolmodellen centraal. ‘De meeste Nederlanders hebben op school geleerd over de aanslag op het bevolkingsregister tijdens de Tweede Wereldoorlog. Echter, er wordt alleen over Gerrit van der Veen gepraat, niet de queer mensen Willem Arondéus en Frieda Belinfante, die het brein waren achter de aanslag. Deze selectieve vertelling bevestigt het cliché dat lhbtiq+-ers geen helden kunnen zijn.’
‘In Willem & Frieda wilde ik dat beeld rechtzetten door de heldendaden van Willem en Frieda te tonen. Daarnaast heb ik – met wat dichterlijke vrijheid – gesprekken laten plaatsvinden tussen Frieda, die uit de greep van de nazi’s bleef en na de oorlog naar Californië is verhuisd, en Willem, die in 1944 geëxecuteerd werd vanwege zijn deelname aan de aanslag. Om onder andere de survivor’s guilt van Frieda te verbeelden.’
Gezonde communicatie tussen de queergeneraties
Na ruim veertig jaar in het vak wil Daniël van geen stoppen weten. ‘Ik kan nog steeds dusdanig enthousiast, ontroerd, boos of anderszins emotioneel raken over een verhaal dat ik simpelweg dit verhaal móet delen met anderen. Theater maken geeft me zoveel bevrediging en vreugde!’
Bovendien gelooft Daniël heilig dat theater bruggen kan slaan tussen jonge en oude queergeneraties:
‘Er moet gezonde communicatie plaatsvinden tussen de verschillende subgroepen in onze roze gemeenschap. Zo moeten we ruimtes creëren waarin de oudere en jongere queergeneraties elkaar kunnen vinden. Theater kan zeker zo’n ruimte zijn, want bij het toneel vallen alle grenzen weg. Niet alleen tussen hetero’s en homo’s, maar ook tussen jonge en oude queers.’
.png)
.png)
.png)