Hoe gaven lesbo’s en homo’s vorm aan hun leven in een tijd waarin er nog geen voorbeelden, rolpatronen en clichés waren, maar wel veel onderdrukking?

Johan Meester beschrijft het leven van een aantal opmerkelijke lesbo’s en homo’s uit het verleden, vaak uit een literaire omgeving. Deze keer Jane Bowles.

Jane Bowles was het hart van elk feest. Ze was excentriek, de laatste echte bohemien, zei iemand eens over haar. Klein, bijna meisjesachtig en met een hoofd als een dahlia volgens Truman Capote. Christopher Isherwood eerde Jane in I am a Camera door Sally háár achternaam te geven.

 

Alles aan Jane lijkt tegenstrijdig: openlijk lesbisch, maar in een solide relatie met een man, een beroemde schrijfster die bijna niets publiceert, Joods maar rooms begraven, geliefd om haar lach, maar vechtend tegen haar demonen. Bijna niets was gewoon aan haar, terwijl haar achtergrond dat wel was.

 

Jane Bowles

 

Ik ben een schrijfster

Jane Bowles wordt in 1917 in New York geboren als enig kind van welgestelde Hongaars-Duitse Joden. Haar vader sterft als ze dertien is; het jaar daarop valt ze van een paard en verwondt ze haar al zwakke knie. Er zijn complicaties en in 1932 neemt haar moeder haar mee naar Zwitserland om te herstellen. Ze ondergaat daar vreselijke behandelingen met helse pijnen. Uiteindelijk helpt niks en wordt haar knie vastgezet. Het gevolg is dat ze haar leven lang mank loopt. Later zal ze grappen: I am Crippie, the Kike Dyke.

Twee jaar later op de boot terug naar New York ontmoet ze de schrijver Celine, wiens boek Voyage au bout de la nuit ze net leest. Opeens weet ze het: I am a writer and I want to write.


New York

Terug in New York volgt Jane een opleiding maar maakt die niet af. Naast haar schrijverschap ontdekt ze bohemien New York en de lesbische bars. Ze is een gangmaker, extravagant en iedereen wil graag in haar gezelschap zijn.

Erika Mann stelt haar voor aan de componist en dichter Paul Bowles, biseksueel, knap, bereisd, introvert, die in Parijs een leerling van Aaron Copland is geweest en Gertrude Stein heeft ontmoet. Ze worden vrienden, voeren lange gesprekken en Jane sluit zich aan bij Paul en vrienden die naar Mexico gaan. Waarschijnlijk keurt haar moeder dat goed omdat ze hoopt dat Jane door die knappe Paul van haar ‘lesbische fase’ afkomt.

De reis, per bus, wordt een ramp. Jane lijdt aan allerlei fobieën, ze is bang voor de bergen, afgronden, loslopende honden, de primitieve hotels en ze krijgt dysenterie. Ze verliest een deel van haar bagage - ze zou haar hele leven van alles verliezen - en gaat alleen terug via Californië, waar ze een korte affaire met een vrouw heeft. Terug in New York komen zij en Paul elkaar in 1938 weer tegen en besluiten ze – bijna voor de grap - te gaan trouwen. Zo kunnen ze vooral hun wederzijdse ouders pesten: Paul zijn antisemitische vader en Jane haar Joodse moeder. Buiten dat zijn ze vooral graag in elkaars gezelschap.

Met twee kledingkisten, zevenentwintig koffers, een typemachine en een platenspeler gaan ze op huwelijksreis naar Zuid-Amerika. In Panama komt daar het verzameld werk van Lewis Carroll nog bij en in Costa Rica een papagaai.

Vervolgens gaat het stel naar Parijs; Jane ontdekt daar het nachtleven en schuimt de lesbische bars af. Ze begint aan haar boek Two Serious Ladies.

 

Jane, Paul en papagaai

 

Oorlogsjaren

De wereldoorlog lijkt aan hen voorbij te gaan. Jane en Paul reizen, vooral naar Zuid-Amerika, en verblijven verder in New York. Voor Jane zal dit de productiefste periode van haar leven worden. Two Serious Ladies wordt gepubliceerd en ze begint aan een aantal korte verhalen en een toneelstuk, In the Summerhouse, dat pas in 1953 zal worden opgevoerd. Paul helpt Jane met haar teksten en gaat zelf ook - zeer succesvolle - korte verhalen schrijven. Jane blijft schrijven maar krijgt eigenlijk niets meer af.

 

Tangier

Na de oorlog gaat Paul naar Marokko en vestigt zich in Tangier, dat toen onder koloniaal gezag stond en een internationaal gezelschap van kunstenaars, spionnen, diplomaten en zakenlieden aantrok; in de zestiger jaren volgden de hippies.  In 1948 voegt Jane zich bij hem; ze wonen in een huis in de Medina en Jane raakt helemaal in de ban van de vrouwen op de graanmarkt. Met één van hen, Cherifa, die bekend staat als lesbienne, krijgt ze een relatie. Jane leert Arabisch en het Berberdialect van Cherifa. Cherifa zal later bij haar intrekken en haar domineren.

Jane drinkt buitensporig, neemt allerlei medicijnen, let niet op doseringen en lijdt aan slapeloosheid. Haar angsten verergeren; artsen waarschuwen haar dat ze moet stoppen met drinken, maar Jane kan dat niet.

 

Portrait of Jane Bowles door Carl van Vechten

 

Opname

In 1957 krijgt ze een beroerte die haar gezichtsvermogen en geheugen heel erg beperkt en schrijven heel moeilijk maakt. Ze raakt verward, depressief, mist haar creatieve fantasie. Ze wordt behandeld in New York en Londen en herstelt iets. Pas later zal schizofrenie bij haar worden vastgesteld.

Naast Cherifa onderhoudt ze relaties met diverse vrouwen, waarop Cherifa dan weer jaloers is. Ze zwerft van bar naar bar en geeft al haar geld weg aan vreemden. Haar gezondheid gaat verder achteruit en ze krijgt epileptische aanvallen. In 1967 laat Paul haar opnemen en uiteindelijk belandt ze in een kliniek in Granada die door nonnen wordt gerund. Daar slijt ze haar laatste jaren; ze laat zich bekeren tot het katholicisme, volgens Paul onder dwang van de nonnen. Als ze in 1973 sterft, wordt ze begraven op de katholieke begraafplaats van Malaga. Paul zal haar nog 26 jaar overleven.

 

Werk

De verhalen, de roman en het toneelstuk zijn moeilijk samen te vatten: er zit weinig actie in, wel humor, veel conversaties, maar de personen praten meer tegen elkaar dan met elkaar. Situaties lijken absurd en er zitten verwijzingen in naar religie, naar zonde en verlossing. De stem van de verhalen is geheel die van Jane en de hoofdpersonen zijn doorgaans vrouwen en meisjes.

Auteurs als Truman Capote, Tennessee Williams en Carson McCullers prijzen haar de hemel in. Ze wordt een  ‘author’s author’.

Personages in haar boeken lijken vooral fragmenten van Jane zelf te zijn. Ze lijkt die te gebruiken om orde te scheppen in haar hoofd. En de verlossing die ze zoekt is vooral de verlossing van zichzelf, van haar angsten.

Paul en Jane’s huwelijk is afgezien van het eerste jaar seksloos. Seks zoeken ze buiten hun relatie, en dan vooral met de eigen sekse, wat in hun kringen bijna gewoon is. Toch zijn ze oprecht op elkaar betrokken en is hun relatie heel solide. Paul heeft tot het einde voor haar gezorgd en haar literaire nalatenschap beheerd.

 

 

Meer lezen:

  • My Sister’s Hand in Mine, The Ecco Press, 1978 (verzameld werk van Jane Bowles)
  • A Little Original Sin, Millicent Dillon, Holt, Rinehart & Winston, 1981 (biografie)
  • Out in the World: Selected Letters of Jane Bowles, 1935-1970, Black Sparrow Press, 1985 (brieven)