Pas ergens halverwege de serie “The beast in me” (Netflix) valt bij mij het kwartje: ik zit naar een queer personage te kijken in een verhaal waar totaal geen gay thema in zit. Dat gebeurt niet vaak.
Ik kan er eerlijk over zijn: De Roze Filmdagen zijn aan mij niet besteed. Een hoop kommer en kwel en ik heb er de keren dat ik er wel heen ging nooit een pareltje voorbij zien komen. Ik snap die kommer en kwel wel: als queer het thema is, dan ligt het voor de hand het te hebben over onderdrukking, discriminatie, zelfhaat, aids. Film als spiegel van de maatschappij.
In 1996 zag ik The Celluloid Closet, een geschiedenis van homoseksualiteit in pakweg de eerste 100 jaar film. Die film schets een mooi beeld van de roze filmgeschiedenis. In de roaring twenties was het vooral de fladderende nicht die de lachers op zijn hand moest zien te krijgen, even los van de iconische kus van Marlene Dietrich in Morocco (1930).
Aan de zichtbaarheid kwam met de Hays Code in 1934 een einde: de censuur moest een eind maken aan godslastering, expliciete seksualiteit, interraciale relaties en ook homoseksualiteit. Inventieve makers wisten overigens steeds weer toespelingen te maken, die door de doelgroep makkelijk werden opgepikt, maar door de censuur niet werden herkend. The Celluloid Closet laat er een paar heel vermakelijke voorbeelden van zien, zoals de huishoudster in Rebecca (1940) die door de lade met ondergoed van Mrs De Winter gaat en er met zorg een doorzichtige slip uit licht.
Als de teugels van de censuur in de jaren zestig vieren, wordt het er toch niet heel veel beter op. Gay personages vallen bij bosjes door suicide, aids en geweld (Torch Song Trilogy, Milk, The Hours, Brokeback Mountain, Black Swan) of zelfs zomaar, ineens (A Single Man). Ook het recente, prachtige All of Us Strangers (2023) ontkomt niet aan een dramatisch einde.
In 2013 schrijft James Rawson een artikel onder de veelzeggende titel: “Why are gay characters at the top of Hollywood's kill list?” In de twintig jaar vanaf Philadelphia (1993) telt hij 257 films met heteroseksuele personages die genomineerd werden voor een Academy Award, en 23 met queer personages. Van de heteroseksuele personages sterft 17%. Van de LGBTQI-personages sterft 57%.Van de 10 LGBTQI-personages die overleven, krijgen er slechts vier een gelukkig einde.
Ik zit dus ook met die grimmige gay films in m’n hoofd als dat kwartje valt tijdens “The beast in me.” Dus ik op zoek naar de tegenhangers: ik blijk vooral in mijn eigen geheugen te moeten graven, want online vind ik niet veel voorbeelden van verhalen waar gay personages in voorkomen zonder dat er van de gayness een (groot) thema wordt gemaakt.
Ik herinner me vooral Cabaret (1972) waarin homoseksualiteit terloops en zonder drama voorbijkomt. Die kwam voor mij op een heel goed moment, ik was 16.
In 1985 was er My Beautiful Laundrette, waarin in mijn herinnering racisme en klassenverschillen in het Engeland van Thatcher het hoofdthema vormden, maar er voor het mannenstel een happy end volgt.
Sinds de eeuwwisseling zag ik films en series voorbij komen waarbij de homoseksualiteit van karakters terloops (of niet) wordt benoemd, maar queerness zeker geen hoofdthema is. In Six Feet Under (2001) vindt David zijn Keith, al is het niet helemaal zonder strubbelingen, in The Kids Are Alright (2010) is het lesbisch zijn van de hoofdpersonen nauwelijks een thema. In de romcom Love Simon van 2018 is Simon weliswaar gay, maar gaat het vooral om de Love. Biopics als Bohemian Rhapsody (2018), Rocketman (2019) en Oppenheimer (2023) krijgen grote releases. En privé detective Benoit Blanc blijkt een man te hebben in Knives Out (2019).
Jammer genoeg vliegen sommige films toch nog steeds uit de bocht: in Alles op Tafel (de Nederlandse remake van Perfetti Sconosciuti) uit 2021 zit de homo nog steeds in de kast (cliché, cliché). Homoseksualiteit mag in de Arabische versie controversieel zijn geweest, in de Nederlandse had dat toch wel anders gekund.
Ik zie het glas graag als halfvol: de afgelopen jaren zag ik mainstream films en series waarin het gay zijn niet meer weggemoffeld of geproblematiseerd wordt, maar het blijft nog wel zoeken naar meer films en series als “The beast in me.” Dat zet voor jonge gays de kastdeur op een kier en het is een spiegel van de maatschappij waar ik graag in kijk.
.png)
.png)
.png)
Ik herinner me The celluloid Closet nog goed. Was het niet zo dat de homoseksueel voordat hij ‘fladderig’ ’werd, eerst geportretteerd werd als (perverse) crimineel en daarna als psychiatrisch patiënt?
Ik vond het een hilarische film en een voorbeeld dat censuur, door de opgelegde beperkingen, de creativiteit van de kunstenaar ook kan stimuleren.
Ik herinner me een scene uit Ben Hur. Charlton Heston, de held, ontmoet zijn tegenspeler Stephen Boyd, Messala, de antiheld (maar heel sexy). Gore Vidal, die betrokken was bij de film, had met Boyd afgesproken dat hij het gesprek een homo-erotische ondertoon zou geven. Alleen mocht Heston dat niet weten, want die zou absoluut weigeren daarin mee te gaan. Het resultaat was uitermate grappig!